Lucratief belang nog lucratiever in het buitenland?

schedule 20 maart 2024
bookmark_border Fiscaal, Ondernemer, DGA, IB-ondernemer



Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inkomsten, die een inwoner van Duitsland
krijgt door een lucratief belang, niet in Nederland kunnen worden belast als resultaat
uit overige werkzaamheden.





Een inwoner van Duitsland heeft een dienstbetrekking bij een Nederlandse werkgever.
Hij heeft een certificaat van aandelen in de Nederlandse vennootschap waar hij werkt.
Het certificaat vertegenwoordigde een belang van 0,5% van het kapitaal van zijn werkgever.
In 2018 ontvangt de Duitse inwoner een dividend van € 1,9 miljoen waarop 15% dividendbelasting
wordt ingehouden. In 2018 vervreemdt hij het certificaat en ontvangt daarvoor € 5,2
miljoen. De inspecteur wenst de inkomsten van ruim € 7 miljoen als loon uit dienstbetrekking
te belasten.


Bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant is het de vraag of Nederland het inkomen als inkomsten
uit dienstbetrekking kan belasten volgens art. 14 lid 1 van het belastingverdrag Nederland-Duitsland.
Volgens de Duitse inwoner staat het belastingverdrag in de weg aan het belasten van
de inkomsten als inkomen uit dienstbetrekking.


Verdragskwalificatie dividend en vermogenswinst Anders dan de inspecteur is de rechtbank van mening dat het genoten dividend onder
art. 10 van het belastingverdrag met Duitsland (hierna: het belastingverdrag) valt.
Het dividend voldoet namelijk aan de definitie van art. 10 lid 3 van het belastingverdrag,
aangezien sprake is van inkomsten uit aandelen die aanspraak geven op een aandeel
in de winst. In het verdrag of in de toelichting op het verdrag staat nergens dat
er voor dividend uit aandelen die tot een lucratief belang behoren een uitzondering
gemaakt moet worden. Het bij de vervreemding van het certificaat behaalde voordeel
valt onder art. 13 lid 5 van het belastingverdrag. Belastingheffing over het vervreemdingsresultaat
van het certificaat komt toe aan Duitsland.


Arbeidsartikel niet van toepassing Alleen salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen vallen onder het arbeidsartikel
(art. 14 lid 1 van het verdrag). In het verdrag en toelichting hierop is dit begrip
niet nader ingevuld. Ook in het OESO-commentaar is geen toelichting gegeven op het
begrip salarissen, lonen en andere soortgelijke beloningen. Het inkomen uit lucratief
belang wordt belast als resultaat uit overige werkzaamheden. Het regime van inkomen
uit dienstbetrekking is niet van toepassing. Het is een bewuste keuze geweest van
de Nederlandse wetgever om het lucratief belang niet in de Wet LB 1964 op te nemen.
Omdat het volgens de Nederlandse wetgeving geen loon is, kan het ook in verdragsrechtelijke
zin geen inkomen uit dienstbetrekking zijn. Het gelijk is aan de Duitse inwoner.


Bron: Rb. Zeeland-West-Brabant 07-03-2024 (gepubl. 15-03-2024).


https://www.fiscaalinfo.nl/document/p1-801468